KELLER Nieuwsbrief

Communicatie wordt steeds belangrijker. Zowel tussen producten als tussen mensen. Met onze nieuwsbrief ontvang je iedere twee maanden onze nieuwsbrief. Kort en krachtig op de hoogte van wat onze zintuigen in de markt opgemerkt hebben.

Al meer dan twintig jaar loggen

Dataloggers voor grondwater- en riooloverstortmetingen20190612 0005

Ze zijn er al sinds de jaren negentig. Dataloggers bij Keller. Sterker nog, zoals Keller het piëzoresistieve meetprincipe ontdekte, zo was ook de eerste digitale manometer een Keller-vinding. Voorzien van een display en twee knoppen, schroefde je die op een meetpunt dan kon je de gegevens uitlezen. Als je hem aansloot op de pc, dan kon je de meet- en de opslaginterval programmeren. Baanbrekend!

20190612 0001“Een datalogger (ook wel datarecorder genoemd) is een meetinstrument dat gegevens meet en opslaat in relatie tot tijd of locatie. Het meten gebeurt door een ingebouwde sensor, ofwel door externe instrumenten en/of sensoren. Steeds vaker zijn dataloggers gebaseerd op elektronica, zoals een digitale processor of computer” lezen we op Wikipedia. Gelukkig hebben we bij Keller de beschikking over een expert die de ontwikkeling zelf heeft meegemaakt. “Ik weet nog dat ik met de eerste digitale manometer onder de arm naar mijn klanten ging,” vertelt die expert die we ook wel kennen als Martijn Smit. “Dat was in de beginperiode van Keller Nederland. De Manogauge en de Manorecord, noemden we de twee versies ook wel.”

Temperatuurcorrectie
Hoe werkte het? Aan de datalogger van Keller hangt een niveausensor, die kan in water en in een vloeistofkolom de waterstand meten. Er wordt daarbij een temperatuurcorrectie uitgevoerd en een luchtdrukcorrectie. Die temperatuurcorrectie gebeurt in de sensor: De temperatuur veroorzaakt een foutspanning over de sensor. Die foutspanning kun je meten en de gemeten waarde van de sensor daarmee corrigeren. Zo heb je twee opbrengsten: de (temperatuur)gecorrigeerde totale druk én de temperatuur.

Luchtdrukcorrectie
Die totale druk is inclusief de luchtdruk. Dus is er ook een luchtdrukcorrectie nodig om de waterdruk en dus de waterstand te kunnen bepalen. Daarvoor waren in die tijd twee verschillende methodes beschikbaar. De eerste is een mechanische. Je laat een dun slangetje, ook wel een capillair genoemd, mee lopen met de kabel, helemaal naar de open lucht. Dat slangetje staat in open verbinding met de sensor waardoor de omgevingsdruk tegendruk geeft op de sensor. De door de sensor gemeten druk is dan dus direct luchtdrukgecompenseerd. Deze manier is alleen bruikbaar in een omgeving waar geen grote temperatuurverschillen op kunnen treden. Temperatuurverschil geeft condens in de capillair en dus op de sensor waardoor deze niet kan functioneren.

De tweede manier is een elektronische manier. Daarbij is er een tweede sensor in open verbinding met de lucht die de omgevingsluchtdruk meet. Het verschil tussen beide sensoren wordt weergegeven als de druk van de waterkolom en omgerekend naar het waterniveau.

Speciaal voor grondwatermetingen
Eind jaren negentig is de constructie van de datalogger geoptimaliseerd om dienst te kunnen doen voor grondwatermetingen. De manometer paste nou niet bepaald lekker in een peilbuis, dus werd de DC25 ontwikkeld: De eerste echte datalogger voor grondwatermetingen. Een sigaarvormige sensor met daarin de datalogger. Je moest toen nog de hele DC - wat staat voor Data Collector - uit het water halen, schroefde hem open en met een RS232 uitleeskabel sloot je hem aan op een laptop. Die DC25 werd al vrij snel populair, niet alleen vanwege het gebruiksgemak, maar ook vanwege de standaard temperatuurcompensatie. “Een andere reden van de populariteit is toch wel de Zwitserse precisie,” vult Martijn aan.

Hij schetst de enorme vooruitgang in het gebruiksgemak. “Vroeger werd elke peilbuis iedere veertien dagen gemeten. Op twee vaste momenten in de maand, de veertiende en de achtentwintigste van iedere maand, werden alle peilbuizen in het hele land geopend en werden de metingen opgetekend. Met de komst van loggers kon er maar liefst vier keer per dag gemeten worden. Zo kregen de beheerders veel meer data en dus veel meer inzicht in het verloop van het grondwaterniveau. Je kunt echt wel zeggen dat dat een heuse revolutie was.”

Nog beter20190612 0000
De metingen waren dan wel al een stuk gebruiksvriendelijker uit te voeren dan voorheen, maar Keller wilde de datalogger nog beter maken. “Je had twee sensoren nodig om de luchtdrukgecompenseerde meting te krijgen. Dat betekent ook twee keer een afwijking van de datalogger. Dat moest makkelijker kunnen. Toen kwam het idee voor een datalogger uit twee delen, de DCX22AA. Eén deel in het water en één deel op de peilbuis boven de grond. Bij dat bovenste deel werd een ingebouwde luchtdruksensor voorzien. Bovendien werd de aansluiting voor de uitleeskabel bovenin de peilbuis geplaatst. De sensor hoeft niet meer uit het water te worden gehaald en dus verandert ook de waterstand in de peilbuis niet tijdens het uitlezen.”

Bijzondere uitvoeringen
Een volgende ontwikkeling was een smallere sensorbehuizing voor bijzondere toepassingen en een nieuwe stekker-aansluiting voor de uitleeskabel. “In het verleden werkten we altijd met een Fischer-stekkeraansluiting. Dat was de Keller-standaard. Nu hebben we een usb-aansluiting op de logger. Die geeft een groter gebruiksgemak, dus daar zijn we erg blij mee.” Sensorbehuizingen uit Titanium - voor gebruik op zee - of behuizingen met een doorsnede van tweeëntwintig millimeter zijn inmiddels ook geen exoten meer. “We hebben zelfs een zestien millimeter datalogger beschikbaar,” vertelt Martijn. “Als je bijvoorbeeld in een rotsbodem moet boren, dan is de diameter van de boring van grote invloed op de kosten. Dan is een dunnere sensor een grote meerwaarde. Maar daarbij komt wel kijken dat hoe groter de sensor, hoe nauwkeuriger de meting. Dus komt de volgende uitdaging om de hoek: Bij kleine diameters toch heel nauwkeurig te zijn.”

20190612 0003Riooloverstort
Tot nu toe hebben we gekeken naar de grondwatermeting. Maar een andere belangrijke toepassing van de DCX22AA is riooloverstortmeting. Het is namelijk het enige hermetisch afgesloten EN luchtdrukgecompenseerde systeem dat op deze manier in te zetten is. “Riooloverstort komt gelukkig niet zo vaak voor,” legt Martijn uit. “Maar als het gebeurt dan is dat ook echt noodzakelijk en is men tegelijkertijd verplicht om te loggen hoe vaak, hoe lang en hoe veel er overgestort wordt.” De DCX22AA kan bij de start van de overstort versneld gaan meten. Dat kan in de logger geprogrammeerd worden en dat is dus niet mogelijk met een absolute logger. Doordat er is het riool het bijzonder giftige en corrosieve H2S-gas aanwezig is, moet het systeem hermetisch afgesloten zijn, anders is de sensor direct defect.

Communicatie
Vandaag de dag beschikt de Keller-datalogger over een EPROM met daarin alle mogelijke temperatuur/drukcombinaties. De compensatie wordt nu door de EPROM berekend. En voor de resultaten hoef je in veel gevallen al niet eens meer naar de peilbuis toe. Daar waar je ‘bereik’ hebt, kun je remote sensing toepassen. De ARC1 is een datalogger met een 3G-modem en de LDT1 heeft een LoRa-transmitter. De revolutie verplaatst zich naar de cloud. De data worden daar verzameld, bewerkt en gepresenteerd in een reeks aan opties die samen de Keller Kolibri-suite vormen. Daarover verscheen al eerder een uitgebreid artikel en Keller Nederland organiseerde recent een reeks workshops waarin de deelnemer heel praktisch en concreet de ins en outs van het Internet of Things uit de doeken gedaan kreeg. En vervolgens zelf daarmee aan de slag kon.

De workshop was een groot succes, we geven hier een korte impressie. Heb je deze gemist en wil je die ook graag eens bijwonen? Geef dan even een seintje en we houden je op de hoogte als de volgende serie gepland is. Want die komt er zeker.

Nieuwsbriefarchief